De geboorte van OPA

 

Eerste vakantiedag
‘Mam, ik wil wel graag mee op kamp, maar ik weet gewoon dat ik er niet tegen kan.’ Met betraande ogen verwoordt onze jongste dochter Sharon haar dilemma.
‘… En ík zit vast’, constateert David van 14 benauwd vanonder de tafel. Hij heeft zich tussen de poten van een kruk gewurmd en kan geen kant meer op. ‘Nou, je kúnt ook niet op kamp, want wij gaan morgen zelf kamperen. Net als altijd bij die kleine natuurcamping in Noord-Frankrijk’, zeg ik hijgend terwijl ik David bevrijd.
‘En papa moet werken’, zegt David.
‘Klopt, dit keer gaan we met z’n viertjes.’

Tweede vakantiedag
Wat is het heerlijk om na zeven zenuwslopende uren snelweg met drie kinderen te arriveren bij je ‘volledig geoutilleerde tent’! Het weer is lekker, het stokbrood ook; ik ben een sterke moeder met alles onder controle.

Derde vakantiedag
‘….omdat ik me niet fijn voel, daarom!’ Sharon zit op haar luchtbed en wiegt zichzelf op en neer. Haar stem klinkt angstig gespannen. ‘Maar lieverd, het is zonde om met dit mooie weer binnen te zitten. Er zijn kinderen van jouw leeftijd, ga toch lekker spelen!’
Ze schudt nee. Haar ogen flitsen onrustig door de tent. ‘Van kinderen word ik moe….’
‘Potje Rummikuppen dan?’
‘Nee, laat nou maar.’

‘Wat vervelend dat uw dochter ziek is.’
‘Ziek?, vraag ik verbaasd aan de passerende vrouw-met-gebatikte-rok.
‘Ja… ze ligt toch in de tent?’
‘O! Sharon is niet ziek hoor. Ze heeft autisme.’
‘Eh…. o ja, dat is dat je minder gevoelens hebt en zo… nou, hopelijk gaat het snel over.’

Of ik even bij de campingreceptie wil komen.
‘Het gaat over uw zoon…. eh…’
‘Over mijn zoon? Bedoelt u David?’ ‘
‘Ja, die ja. Eh… wij hebben klachten over hem ontvangen.’
Ik krijg een bekend gevoel in mijn maag. ‘Wat vervelend. Wat voor klachten?’
‘Hij maakt wonderlijke geluiden tijdens het knutselen in het atelier. De andere kinderen hebben er last van. Misschien is het beter als hij daar niet meer komt.’

Vierde vakantiedag
Ik trakteer ons op een table d’hôtes; lekker met z’n vieren aanschuiven bij de avondmaaltijd.
‘Vind jij tomaten soms niet lekker?’, vraagt de Nederlandstalige kok aan Sharon.
Sharon kijkt naar haar handen en begint onrustig te schuifelen.
‘Mijn zusje eet niks roods’, legt Rebecca, onze oudste van 16, hem uit. ‘Lukt haar niet. Dat is autistiform gedrag.’
‘Volgens mij ben jij gewoon een beetje verwend’, zegt de kok met een blik op mij.
Hij knijpt Sharon in haar wang. Er blijft een rode plek achter.
‘En ze houdt er niet van om te worden aangeraakt’, roept Rebecca hem achterna. ‘Óók autistiform.’

Op de camping draait een leuke film: Hugo.
Het zaaltje is heel klein maar gezellig, de stoelen prima. Hoe heb ik ooit kunnen twijfelen aan vakantie? Vakantie is heerlijk!
Even later voel ik mijn organen trillen in mijn romp: het geluid staat hard.
Ik kijk opzij naar de kinderen. So far so good.
Een half uur later staan we buiten.
Sharon huilt. David houdt nog steeds zijn handen over zijn oren.
Nou ja, ze kenden die film toch al.

Vijfde vakantiedag
‘Mama, je snapt het gewoon niet! Die jongen met dat gele T-shirt wil me echt vermoorden!’
De verwilderde blik van David. Hij is niet hier, op de camping; hij verkeert elders, in een wereld waar ik hem niet kan bereiken. Zijn ogen zijn wijd opengesperd van angst, zijn handen omklemmen afwerend een stuk hout. ‘Mama, ik wil naar huis! NU!!’

Zesde vakantiedag @weer thuis
‘Dit moet toch anders kunnen’.
Thomas en ik zitten samen op de bank.
‘…en hier moeten toch meer ouders tegenaan lopen’, voeg ik eraan toe.
‘Er zou een vakantieprogramma voor onze kinderen moeten zijn,’ vervolgt Thomas, ‘Beetje lokaal, dus thuis eten en slapen, overdag lekker bewegen in de buitenlucht, veel voorspelbaarheid en structuur, zonder allerlei overbodige prikkels, met begeleiders die verstand hebben van psychiatrie en de kinderen met liefde en begrip tegemoet treden.’ Ik knik. ‘Ja, een plek waar ze zichzelf mogen zijn. Waar ze zich veilig voelen en worden geholpen om vriendjes te maken.’
We kijken elkaar aan. Zomer 2014:  Stichting OPA is geboren.

< terug naar overzicht